Bandentips

Banden vormen het enige contact tussen uw auto en het wegdek.
De prestaties van uw auto zijn voor een deel afhankelijk van de juiste bandenspanning.
Dat geldt onder andere voor het brandstofgebruik.

Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse automobilisten met een te lage bandenspanning rijdt.
Dat scheelt u al gauw één tankbeurt per jaar!
En als alle automobilisten in Nederland de spanning erin houden is een totale besparing van 100 miljoen liter brandstof per jaar mogelijk.

De fabrikant heeft voor u de juiste bandenspanning vast gesteld.
U vindt deze in het instructieboekje en meestal ook op de deurstijl van uw auto (bestuurdersportier) en op de binnenkant van de tankdop.
Met de voorgeschreven spanning kunt u optimaal afremmen, accelereren en sturen.
Maar ook brandstofverbruik, veiligheid en rijcomfort zijn het best gediend met deze bandenspanning.

Onderspanning

Nederlandse automobilisten rijden over het algemeen met een te lage bandenspanning, ook wel onderspanning genoemd.
De banden blijken gemiddeld 20% oftewel 0,5 bar te zacht. En dat vermindert de prestaties van uw auto en kost u geld.

Een verkeerde bandenspanning is een kostenpost.
U verbruikt niet alleen meer brandstof, maar ook uw banden slijten ook sneller.

Banden die 20% te zacht zijn gaan slechts ¾ van de levensduur mee.
Kunt u bijvoorbeeld 60.000 km rijden: met 20% onderspanning bent u al na 45.000 km aan nieuwe banden toe.

Veiligheid

Een te lage bandenspanning is gevaarlijk.
De band heeft minder stabiliteit in dwars en langs richting, dat betekent een langere remweg en groter slipgevaar.
Te zachte banden zijn extra onveilig omdat de snellere slijtage van de banden voor een onregelmatig of ondiep profiel zorgt.
Hierdoor heeft u nog minder grip op de weg en een langere remweg.

Tips voor de juiste bandenspanning

  • Regelmatige controle: het beste is om elke maand even de spanning te controleren.
  • Controle bij koude banden: omdat de spanning tijdens het rijden oploopt moet u meten bij koude banden (minder dan 3 km gereden).
  • Volg de door de autofabrikant voorgeschreven spanning: de aanbevolen spanning verschilt per merk en type. Er is een spanningadvies voor normaal weggebruik en een hogere spanning voor snelweggebruik en in beladen toestand.
    Voor brandstofbesparing heeft deze hogere spanning het meest effect.
    Raadpleeg hiervoor uw instructieboekje of fabrikant.
  • Let op voelbare of zichtbare afwijking op beschadigingen: er kan een scheurtje of spijkertje in de band zitten. Bij twijfel neem geen risico: de vangrail is erger dan een nieuwe band.
  • Controleer ook regelmatig uw reserveband: breng deze op de hoogste adviesspanning.
    Bij een lekke band kunt u direct de reserveband monteren.
  • Zorg voor een ventiel- of stofdopje: dit houdt vuil en stof buiten het ventiel en zorgt voor de juiste afdichting.

Voor een gratis controle van uw banden kunt u altijd even langs rijden, ook zonder afspraak

Terug naar de banden pagina